Te veeleisend voor jezelf? Wat werkt wél en wat werkt niét

Ben jij veeleisend voor jezelf? Of krijg je dat vaak te horen van anderen?

Laat me eerst en vooral vooropstellen dat hoge normen hebben an sich geen probleem hoeft te zijn.
Je mag hoge normen hebben voor jezelf. Je mag streven naar perfectie. Je mag de beste willen zijn in iets.

Wanneer wordt dit een probleem?

Als je er last van hebt. Als je uitgeput geraakt. Als je nooit tevreden bent over je prestaties, of over jezelf tout court. Als er constant een gevoel van angst en onrust is.
Als je innerlijke criticus, dat kritische stemmetje in jou, je er constant op wijst dat je het niet goed genoeg gedaan hebt. Dat je niet goed genoeg bént. En dat het maar een kwestie van tijd is voor de rest van de wereld dat ook ontdekt.

Wat werkt er niét?

1. Je normen zonder meer proberen te verlagen

Ook gekend als: jezelf ervan proberen te overtuigen dat je middelmatig mag zijn.
Op zich is er helemaal niets mis mee dat je de eisen die je aan jezelf stelt, wat lager stelt. En er is ook helemaal niks mis met middelmatig zijn.
Alleen gebeurt er iets geniepigs als we zonder enig zelfonderzoek aan de slag gaan met het verlagen van onze normen. Onze innerlijke criticus wordt daar namelijk héél erg onrustig van.
En wat doet onze innerlijke criticus als hij (of zij!) onrustig wordt? Dan wordt hij enorm streng. Vaak zelfs meer dan streng. Enorm hard. Kwaad. Zelfdestructief. Vanuit de angst wat er kan gebeuren als we ‘maar’middelmatig meer zijn.

Een ander probleem met het zonder meer verlagen van je normen, is dat je normen vasthangen aan waarden.
Waarden gaan over wat belangrijk is voor jou, over wat jou stuurt en motiveert.
Wat maakt dat jij naar hoge normen streeft? Wat is daar belangrijk aan? Streef je naar nauwkeurigheid? Naar precisie? Naar kwaliteit? Het onderzoeken van de waarden die je hoge normen aansturen geeft je meer inzicht in wat je werkelijk drijft. Op welke manier kan jij je waarden verwezenlijken zonder te streng te zijn voor jezelf?

2. Alles doen om te proberen voldoen aan je eigen hoge normen

Op het eerste zicht zou je denken dat dit er juist voor zorgt dat je innerlijke criticus tot rust komt, niet? We doen alles om hem gerust te stellen, dus dan moet hij toch kalmeren?
Jammer genoeg werkt het zo niet. Als we alles doen om onze innerlijke criticus tevreden te stellen, wordt die juist méér overtuigd van zijn gelijk (‘het moet perfect zijn anders gebeuren er rampen’) én wordt hij nog strenger!
Oplossing op korte termijn dus, maar geen verlichting op lange termijn.

3. Alles doen om de onderliggende gevoelens (angst, onrust, stress, onzekerheid, schuldgevoel enz.) weg te duwen (door te eten, te shoppen, TV te kijken, te surfen enz.).

Iets in jou vraagt aandacht en je onaangename gevoelens wegduwen, verschuift alleen het probleem. Onaangename gevoelens wegduwen werkt als een pijnstiller: er is even niets meer, maar daarna komt het gevoel in alle hevigheid terug.

Wat werkt dan wél?

1. Onderzoek je eigen criteria, m.a.w. schrijf eens heel expliciet op wat de eisen zijn die je aan jezelf stelt in een bepaalde situatie.

Moet je een thesis schrijven? Lijst dan eens heel nauwkeurig op aan welke criteria die thesis moet voldoen wil je tevreden zijn.
Begeleid je mensen? Idem, maak eens een heel precieze lijst van de criteria die je hanteert om te beslissen of je tevreden bent over je werk of niet.

En bekijk die lijst dan eens heel goed.

Zijn de criteria haalbaar? (Neen, het criterium ‘al mijn klanten moeten tevreden zijn over mij’ is niét haalbaar)
Zijn je criteria onder eigen controle? (Neen, een 19/20 halen op je thesis heb je niét onder controle, de prof beslist!)
Zijn je criteria specifiek? (Neen, ‘niemand mag kritiek hebben’ is niét specifiek - en het ook nog eens niét haalbaar en niét onder eigen controle)

Onderzoek daarna, samen met iemand die je vertrouwt, die jouw patroon kent en die goed is in het stellen van haalbare criteria, of je je criteria kan herformuleren naar haalbare criteria die specifiek en onder jouw controle zijn.

2. Onderzoek waar en wanneer de hoge eisen je in hun greep krijgen.

Breng je patroon in kaart en registreer:
- In welke situatie je er last van hebt? (met welke mensen, rond welke taken...)
- Hoe voel je je op zo’n momenten? (hoe zou je je gevoel beschrijven, waar in je lijf voel je wat?)
- Wat denk je op zo’n momenten? (wat zeg je tegen jezelf? Wat is je interne dialoog? Hoe praat de innerlijke criticus tegen jou?)
- Wat doe je dan? (hoe reageer je? Welke interne bewegingen hou je tegen?)

3. Ga in gesprek met je innerlijke ciriticus.

Ga er van uit dat die je probeert te helpen, het beste met je voor heeft, maar vanuit bezorgdheid en/of angst dit niet altijd doet op een manier die constructief werkt.

Ga een gesprek met hem/haar aan, zoals je dat zou doen met iemand die je graag wil leren kennen. Luister naar wat de innerlijke criticus je wil vertellen. Vraag hem/haar naar zijn angsten, bezorgdheden, naar wat hij voor jou wil bereiken.

Besef dat je altijd méér bent dan je innerlijke criticus.

Wil je dit thema verder onderzoeken? Je bent van harte welkom op één van de workshops of voor individuele begeleiding.

terug naar overzicht