“Als ik vroeger was begonnen, dan had ik het wél gekund” en 6 andere top-faalangst-excuses

Flashback naar 2010. Het eerste jaar dat ik workshops geef.
Ze gaan niet allemaal over hetzelfde thema. De ene workshop gaat over perfectionisme, de andere over hooggevoeligheid, weer een andere over het evenwicht tussen aanpassen en jezelf blijven.

Maar één ding komt telkens weer terug.
De dagen voor elke workshop denk ik telkens weer: “Jongens, dit is echt de àl-ler-lààt-ste keer dat ik een workshop geef! Ik hààt workshops geven! Ik stop ermee na deze! Ik doe dan alleen nog maar individuele coaching, en that’s it!”
En ik hoop elke keer weer dat de verantwoordelijke van de locatie me belt dat de workshop jammer genoeg niet kan doorgaan wegens overboeking, overstroming of omdat het hele gebouw afgebrand is.

Alleen, op het moment dat de workshop start, weet ik weer dat dit niet klopt.
Dan voel ik weer dat ik echt geniet van workshops. Van het overdragen van kennis, de humor erbij, de interactie tussen de deelnemers, en dan besef dat ik die workshops echt niet wil missen.

Hoe kon het dan, dan ik telkens weer in die gedachten gevangen zat?

Omdat we als we last hebben van faalangst gevangen zitten in zelfbedrog.
We zien allerlei bezwaren, geloven in allerlei excuses en zien de werkelijkheid gewoon niet helder.

Wat meer is, door dat zelfbedrog kunnen we vaak zelfs niet zien dat het juist faalangst is waar we in gevangen zitten.

In dit artikel neem ik je mee in 7 strategieën van zelfbedrog die ons brein gebruikt om ons weg te houden van datgene wat we echt willen doen, waar we naar verlangen, maar waar we ook bang van zijn.

Excuus nummer 1: Ik doe dit gewoon niet graag.

Echt één van de TOP-excuses.
Elke keer weer bij een workshop, gedurende de eerste jaren, zat ik dus gevangen in deze vorm van zelfbedrog.

De algemene regel is de volgende: als je last hebt van faalangst, kan je niét weten of je iets niet graag doet omdat het echt niet bij je past, of omdat iets in je ervan weg wil vanuit ‘niet willen mislukken’.

Excuus nummer 2: Als ik vroeger begonnen was (aan deze taak, met studeren, vul maar in), dan had ik het wél gekund (of had ik het wél gekund naar mijn hoge normen).

Deze vorm van zelfbedrog zullen de uitstellers onder jullie zeker herkennen. Het was lang ook één van mijn favoriete strategieën.

Nu weet ik dat deze strategie maar een schijnzekerheid biedt.
De schijnzekerheid van het in stand proberen houden van een beeld van jezelf.

Het beeld van de student ‘die het wel zou kunnen als hij moeite deed en dus eigenlijk wel slim is’. Het beeld van de werknemer ‘die eigenlijk veel zou kunnen bereiken als ze zou proberen en dus eigenlijk wel talent heeft’.

Excuus 3: Ik ben het vergeten / ik heb je mail niet gezien / ik heb je mail te laat gezien / vul aan wat past.

Dit is een variant op excuus 2. We stellen niet uit om te beginnen, maar iets in ons zorgt ervoor dat we daadwerkelijk ‘echt’ een opdracht niet zien, iets uit het oog verliezen wat we beloofd hadden te doen, zodat het onze schuld niet is als we een opdracht of een taak niet goed genoeg kunnen uitvoeren.

Zowel excuus 2 als 3 zijn erop gericht een soort hologram van jezelf in stand te houden.

En hoe zou het zijn als je dit hologram niet meer nodig had?
Als je écht zelfvertrouwen begon op te bouwen?
Het zelfvertrouwen dat bestaat uit de ervaring dat je kan vallen én weer opstaan?

Het zelfvertrouwen dat écht voldoening geeft vanbinnen uit, en waar je zelfs geen waardering van anderen voor nodig hebt, omdat de ervaring van het steeds weer opstaan en het vertrouwen daarin een ongelooflijke kick geeft?

Excuus 4: Ik moet eerst nog dit boek lezen (deze opleiding volgen, met deze persoon praten, ...) en dàn begin ik eraan.

Hoe zou het zijn om die opleiding te volgen terwijl je doet wat zo belangrijk voor je is? Hoe zou het zijn om al te beginnen en tegelijkertijd het boek te lezen?
Maar al te vaak blijven we zitten in leer-activiteiten die te maken hebben met observeren, reflecteren en denken, en gebruiken we ze als excuus om niet in actie te moeten komen.

Excuus 5: Als ik iets zou vinden wat me écht zou interesseren, dàn zou ik me wel voor 100% inzetten!

Hmm, en hoe ga je ontdekken wat je interesseert? Door gewoon te wachten?

We ontdekken wat ons interesseert door te experimenteren. En dat experimenteren is steeds een combi van doen, voelen, ervaren, observeren, reflecteren en analyseren.
Door te wachten zal je nooit ontdekken wat je echt interesseert, en dus ook nooit in actie moeten komen!

Excuus 6: Ik vind het opdoen van kennis op zich het leukste, ik wil er niet perse iets mee doen en ik wil er zeker geen geld mee verdienen.

Wees eerlijk tegenover jezelf: is het dat je dit het leukste vindt? Of is het dat iets in jou bang is om het veilige terrein van observeren en denken te verlaten?
Wat zijn je echte dromen?
Wat verlangt dat iets in jou, die vonk, die je stuurt, en die een groter doel heeft?

Excuus 7: ‘Dat is gewoon niet mogelijk.’ ‘Dat gaat niet.’ ‘Ik heb daar niet het goede diploma voor.’ ‘Niemand zit op mij te wachten’. (enz. enz. enz.)

Kortom, de rest-categorie ‘vastzitten in belemmerende overtuigingen’.

We hebben allemaal van die typische gedachten die regelmatig terugkomen, en er zijn er zelfs die ons de hele dag vergezellen.
En ze voelen zo wààr dat het moeilijk is, als je nog in deze fase van zelfbedrog zit, om ze in vraag te stellen. Om je open te stellen voor de mogelijkheid dat ook het omgekeerde waar zou kunnen zijn.

En hoe zou het zijn als je zou beseffen dat dit soort gedachten niet noodzakelijk wààr zijn, maar er wel op wijzen dat iets in jou echt bang is?
En hoe zou het zijn als dat mag?
Hoe zou het zijn als dat iets in jou dat bang is, er ook echt mag zijn?
Hoe zou het zijn om te voelen en te erkennen dat iets in ons echt bang is om een bepaalde stap te zetten. Een stap die echt belangrijk is voor ons.
Dit is de eerste stap naar de bevrijding uit het zelfbedrog en dus uit de verlamming van faalangst en het uitstelgedrag.

terug naar overzicht