7 mythes die maken dat je nog steeds verlamd wordt door faalangst

Er bestaan grote misverstanden over faalangst.
En die misverstanden maken je faalangst alleen maar erger.
Verlammen je nog meer. Maken dat het langer duurt eer je hulp zoekt.
Misschien begin je zelfs te denken dat het normaal is dat je je zo voelt en dat het toch nooit over zal gaan.
Hoog tijd dus voor een artikel speciaal over een aantal van deze misverstanden of mythes.

Mythe 1: Ik moet dit probleem alleen aanpakken.

Het klinkt heel nobel en het lijkt nog heel logisch te klinken ook. Wie anders dan jijzelf zou je van je faalangst kunnen verlossen?

Maar wat er onder deze mythe verborgen ligt is pure schaamte.
En deze schaamte maakt juist deel uit van het faalangst-patroon.

Faalangst gaat immers niet om het mislukken op zich.
Faalangst gaat om een diepere angst dat wij als persoon niet goed genoeg zijn.

Mythe 1 ‘ik moet dit alleen doen’ is dus een enorme belemmering en maakt juist déél uit van het patroon. Met je faalangst naar buiten komen is al een grote stap.

Mythe 2: Er is toch geen oplossing voor mijn faalangst.

Aan de ene kant maakt dit natuurlijk deel uit van mythe 1 (immers, als er geen oplossing is, hoef je ook niet met je probleem naar buiten te komen, makkelijk toch?).
Maar soms denken we ook echt dat er geen hulp mogelijk is.

Ik spraak laatst een klant die me vertelde dat een hulpverlener op de school van haar zoon haar had verteld dat er aan faalangst eigenlijk niéts te doen was.

Een krachtige mythe, maar ik kan je verzekeren, de denkpatronen en onderliggende overlevingsstrategieën zijn wel degelijk te ontmantelen!

Daarvoor is het nodig de juiste strategieën te gebruiken.
Het is nodig om de wortel van de faalangst bloot te leggen. Geen oppervlakkige quick-fixes , maar diepgaande bewustwording van de pijn die aan de oorzaak ligt van de faalangst.

Mythe 3: Als ik aan mijn faalangst iets wil veranderen, dan moet ik mij kwaliteits-eisen loslaten, en dat wil ik niet.

Nog zo’n krachtige mythe die ons in zijn greep kan houden.
Ze komt voort uit een gebrek aan inzicht in wat faalangst eigenlijk is, en een gebrek aan inzicht in het verband tussen perfectionisme en faalangst.

Als we gevangen zitten in deze mythe, zien we het verschil niet tussen streven naar kwaliteit (wat je helemaal niét hoeft los te laten) en perfectionisme (het verlamd worden door het streven naar perfectie – wat per definitie nooit te bereiken is!).

Mythe 4: Ik heb geen faalangst, het is gewoon dat ik de dingen heel goed wil doen en daarvoor moet ik eerst nog héél veel leren en daarom stel ik de dingen die ik echt wil doen uit.

Natuurlijk zijn we voortdurend aan het leren.
Ook ik kom voortdurend gebieden tegen in mijn leven waarop ik nog onbekwaam ben. En dan ga ik leren. Soms alleen, vaak met hulp.

Het verschil tussen leren met faalangst en leren zonder faalangst is dat je in dat laatste geval al doét tijdens het leren. Je doet als het ware voor je er klaar voor bent.
Als je uitstelt, en blijft uitstellen, en nog een cursus, en eerst nog die opleiding, en dan nog dat boek lezen, en dan nog... wees er dan maar zeker van: je zit gevangen in de faalangst-val.

Mythe 5: Faalangst zit alleen in mijn denken. Ik hoef enkel maar mijn overtuigingen en mijn gedachten te veranderen.

Waar voel jij angst? Juist, in je lijf.
Faalangst zit hem in vervormde denkpatronen én in je lijf. In het vastzitten van oude pijn, van emoties, van patronen.

De overtuigingen en gedachten die je hebt zijn een reflectie van wat vastzit in je lijf.
En dus is het ook nodig dat je vaardigheden leert om datgene wat vastzit in het lijf weer in beweging te laten komen.

Mythe 6: Het is toch al te laat.

Héél belangrijk om weten: dit gedachtenpatroon is een onderdeel van de faalangst.
Het gevoel en de gedachte ‘het is al te laat’ is een illusie waarin we vastzitten, iets dat ons vasthoudt in een pseudo-realiteit.

Toen ik aan de universiteit studeerde en mijn thesis schreef (nu ja, ‘schreef’, ik leed op dat moment aan het toppunt van mijn uitstelgedrag dus echt veel ‘schrijven’ was er niet bij) dacht ik elke dag:
‘Het is al te laat. Mijn leven is al voorbij. Het is te laat om me te herpakken. Mijn studie is al mislukt. Ik ga er nooit meer in slagen een goede job te vinden. Ik had het anders moeten doen, en nu is het te laat.’
Dat voelde toen erg waar.

Nu, 25 jaar later, weet ik dat deze gedachte een typisch onderdeel is van het vervormde gedachtenpatroon bij faalangst en kom ik dit patroon ontzettend vaak tegen bij mijn klanten, jong of oud.

Mythe 7: Als ik een job/studie doe die niét zo uitdagend is, dan zal mijn faalangst wel verdwijnen.

Ja, dat zou fijn zijn, niet?
Maar het werkt niet zo. Om twee redenen.

Aan de ene kant verstérkt vermijden de faalangst.
Aan de andere kant ontstaat er een bijkomende frustratie: we hebben nog steeds angst, én we doen nu iets dat geen voldoening geeft.

Dubbel verlies dus.
Uitdagingen vermijden is dus géén goede strategie om onze faalangst te verminderen;
Door de horden te verlagen trainen we niet om over hogere horden te springen, maar worden we steeds banger en verkrampter.

terug naar overzicht